De valutamarkten houden zich rustig nu een vredesakkoord dichtbij lijkt. Hoewel de onderhandelingen tussen Iran en de VS de goede kant op gaan, behoudt de Amerikaanse dollar zijn sterke positie als veilige haven. Europese valuta slagen er daarentegen nauwelijks in om te profiteren van het positieve marktsentiment. De G10-valuta noteerden de hele week binnen een krappe marge en sloten vrijwel onveranderd.
Ondertussen reageren de olieprijzen wel duidelijk op de vredeskansen: deze zijn fors gedaald. Dit geeft de valuta van olie-importerende opkomende markten (zoals Zuid-Afrika en landen rond de Stille Oceaan) een steuntje in de rug. Terwijl de Amerikaanse aandelenmarkten het ene na het andere record verbreken, blijft de rest van de wereld achter.
De agenda voor deze week
De economische agenda is deze week vrij rustig, al verdienen twee inflatierapporten extra aandacht:
- Woensdag: De Amerikaanse PCE-inflatie (persoonlijke consumptieve bestedingen).
- Vrijdag: De inflatie-enquêtes van de ECB.
Bij een gebrek aan ander macro-economisch of monetair nieuws zal de berichtgeving rondom de VS en Iran de marktrichting bepalen. De focus ligt hierbij vooral op de vraag of de euro kan herstellen van de tot nu toe tamme reactie op het positieve vredesnieuws
EUR
Worries about stagflation in the Eurozone increased last week, after the May PMIs of business activity showed another significant retreat further into contraction territory. At best, another quarter of stagnation appears on the way in the second Binnen de eurozone namen de zorgen over stagflatie (een combinatie van stagnerende groei en hoge inflatie) vorige week toe. De PMI-indicatoren voor de zakelijke activiteit zakten in mei namelijk nog dieper weg in de krimp.
- ECB-beleid: Voor 2026 wordt er nog altijd gerekend op twee renteverhogingen door de ECB, maar het pad daarnaartoe is uiterst onzeker. Het is namelijk nog onduidelijk in hoeverre de gestegen energieprijzen de bredere economie zullen raken.
Renteverschil: Het renteverschil tussen Europa en de VS loopt niet langer terug. Omdat de Amerikaanse rente relatief sneller stijgt, heeft de euro moeite om terrein te winnen, ondanks het optimisme op de financiële markten.
USD
In tegenstelling tot Europa lijkt de Amerikaanse economie de hoge olieprijzen moeiteloos van zich af te schudden; de groei blijft daar robuust. Dit wordt ondersteund door sterke PMI-indicatoren voor mei en een veerkrachtige arbeidsmarkt.
Tegelijkertijd lopen de inflatieverwachtingen duidelijk op. Hierdoor is het voor Kevin Warsh binnen de Fed onmogelijk geworden om zijn oorspronkelijke doel — het verlagen van de rente — na te streven. De markten houden inmiddels serieus rekening met een verdere renteverhoging in plaats van een verlaging.
GBP
De Britse arbeidsmarktcijfers lieten vorige week een gemengd tot zwak beeld zien. In maart vlakte de loongroei af en liep de werkloosheid licht op. Hoewel het driemaandsgemiddelde er beter uitzag, kromp het aantal werknemers op de loonlijst in april aanzienlijk.
- Inflatie: De inflatiecijfers vielen vorige week lager uit dan verwacht. Dit bevestigt dat de inflatiedruk nog beperkt is gebleven tot de energiesector en nog niet is doorgesijpeld naar de rest van de economie.
- PMI-inkoopmanagersindex: Zorgwekkender was de onverwachte, scherpe daling van de PMI in mei. Dit is een duidelijk signaal dat de hoge energieprijzen het ondernemersvertrouwen inmiddels aantasten.
Opvallend: Ondanks deze overwegend zwakke economische signalen hield het Britse pond verrassend goed stand
Dankzij de ijzersterke economie en het gunstige rentepercentage blijft de dollar stevig liggen. Dit voorkomt een daling die je normaal gesproken zou verwachten bij positief nieuws over de situatie met Iran.
